Startpagina arrow Actueel arrow Nieuwigheden arrow Subsidieregeling PV Zonnepanelen
Subsidieregeling PV Zonnepanelen

De SDE+ 2011 is gesloten. U kunt geen subsidie meer aanvragen. Voorlopig blijft de informatie over de SDE+ 2011 beschikbaar. Na publicatie van de ministeriële regelingen voor de SDE+ 2012 in de Staatscourant, wordt de informatie op deze website geactualiseerd en kunt u onder meer een voorlichtingsfilm over de SDE+ 2012 bekijken.

Meer informatie over de voornemens voor de invulling van de SDE+ 2012 leest u in de kamerbrief van 3 november 2011. De minister streeft er naar de ministeriële regelingen op 14 februari 2012 te publiceren en de SDE+ 2012 open te stellen vanaf 13 maart 2012. Dit is bekend gemaakt in de kamerbrief van 23 december 2011.

Ook in 2012 vraagt u SDE-subsidie aan in het online eLoket van Agentschap NL.
Bedrijven en (non-profit)instellingen loggen in op eLoket met eHerkenning. Heeft u nog geen eHerkenningsmiddel? Vraag dit dan tijdig aan op http://www.eherkenning.nl/. Voor een aanvraag voor SDE-subsidie is een eHerkenningsmiddel op betrouwbaarheidsniveau 1 vereist.

Hou voor het laatste nieuws de website www.agentschap.nl

agentschap







Regeling SDE+ 2011 gepubliceerd, opening 1 juli 2011
De ministeriële regelingen voor de SDE+ 2011 zijn gepubliceerd in de Staatscourant. Daarmee is openbaar gemaakt welke categorieën productie-installaties in 2011 in aanmerking komen voor SDE-subsidie, wat de subsidievoorwaarden zijn en welke wijzigingen er zijn in de uitvoering van de SDE-regeling.

In 2011 is de SDE-regeling geopend van 1 juli tot 30 december 2011, 17.00 uur. Het kabinet heeft besloten een aantal wijzigingen door te voeren ten opzichte van voorgaande jaren.

In de SDE+ 2011:
1. Is er één integraal budgetplafond;
2. Worden de verschillende technologieën gefaseerd opengesteld;
3. Is er een maximum basisbedrag (15 ct/kWh voor hernieuwbare elektriciteit en 104 ct/Nm3 voor hernieuwbaar gas);
4. Wordt een vrije categorie geïntroduceerd.
   
In de periode 1 juli tot 30 december 2011 worden vier fasen opengesteld. In de eerste fase kunnen projecten met een basisbedrag dat lager is dan of gelijk is aan 9 ct/kWh (omgerekend 62 ct/ Nm3) subsidie aanvragen. In elke opeenvolgende fase gaat, bij voldoende resterend budget, de bovengrens van het basisbedrag een stap omhoog, tot het maximum basisbedrag van 15 ct/kWh (omgerekend 104 ct/Nm3) in de vierde fase is bereikt.

eLoket SDE+ 2011 geopend
SDE+ subsidie kan worden aangevraagd in het online eLoket van Agentschap NL. De aanvraagmodule voor de SDE+ is nu beschikbaar. De SDE+ is nog niet geopend, maar u kunt het formulier wel vast inzien of een conceptaanvraag aanmaken. Zo kunt u uw aanvraag rustig voorbereiden. Houdt u er bijvoorbeeld rekening mee dat u een aantal bijlagen mee moet sturen met uw digitale aanvraag, zoals de Omgevingsvergunning als die vereist is voor de productie-installatie. Deze moet u eerst inscannen en vervolgens uploaden in het eLoket.

U kunt uw (concept)aanvraag op zijn vroegst vanaf  1 juli indienen, bij de start van  fase 1. U kunt ook vast een aanvraag in concept klaarzetten voor één van de volgende fasen. Bij de 'fase keuze'  maakt u  kenbaar in welke fase  (en bijbehorend basisbedrag) u uw aanvraag in wilt dienen.  Let op, uw conceptvraag is op dat moment  nog niet verzonden!  Om de conceptaanvraag in te dienen logt u op een later moment opnieuw in. Het systeem controleert vervolgens of de fase die u heeft gekozen  op dat moment beschikbaar is. Vervolgens klikt u op 'Ondertekenen en verzenden' om uw aanvraag in te dienen.  Bij voldoende resterend budget start fase 2 op 1 september, fase 3 op 1 november en fase 4 op 1 december.

U kunt de aanvraagmodule voor de SDE in het eLoket op twee manieren benaderen,
via de startpagina van eLoket of vanuit de website van de SDE.

Bedrijven en (non-profit)instellingen loggen in op eLoket met eHerkenning. Gebruikers van DigiD voor bedrijven hebben tot en 31 mei 2011 de gelegenheid gehad om over te stappen van DigiD voor bedrijven naar eHerkenning. Is uw organisatie nog niet overgestapt of was u nog niet in het bezit van DigiD voor bedrijven? Vraag dan een eHerkenningsmiddel aan op www.eHerkenning.nl. eHerkenning onderscheidt vier niveaus van betrouwbaarheid. Voor een subsidieaanvraag voor de SDE+ is een eHerkenningsmiddel op betrouwbaarheidsniveau 1 vereist. Houdt u er rekening mee dat het enige dagen kan duren voordat u over eHerkenning beschikt. Vraag uw eHerkenningsmiddel daarom op tijd aan.

Voorlichtingsfilm SDE+
Vanuit de website van de SDE kunt u een voorlichtingsfilm over de SDE+ bekijken. De film geeft u op een snelle manier inzicht in de uitgangspunten en de werking van de SDE+ en laat u kennismaken met de aanvraagmodule voor de SDE+ in het eLoket van Agentschap NL. De voorlichtingsfilm wordt ook aangeboden als onderdeel van een PowerPoint presentatie. Deze kunt u gebruiken om anderen te informeren over de SDE+. Heeft u interesse in één van beide producten, stuur dan een mail naar Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken .




BELGIË PV ZONNEPANELEN
 Vlaanderen is goed op weg om de tussentijdse doelstelling van 6 procent groene stroom in 2010 te halen. Zonnepanelen, windmolens en biomassacentrales hebben ondertussen hun plaats in ons energiesysteem verworven. Andere technologieën, zoals vergistingsinstallaties die stroom produceren op basis van mest of compostering, zijn bezig hetzelfde te doen. Dat we op de goede weg zijn, heeft alles te maken met het steunmechanisme voor hernieuwbare energie.

“We moeten hernieuwbare energie dus goed blijven ondersteunen”, zegt minister Van den Bossche. “Maar tegelijk moeten we openstaan voor enkele terechte kritieken. Zo blijkt uit recente studies dat zonnepanelen momenteel eigenlijk overgesubsidieerd zijn. Aangezien die steun wordt doorgerekend in de elektriciteitsprijs, zorgt dat voor onnodige kosten voor de verbruikers. Daarom zal de steun dalen. Maar tegelijk zorg ik ervoor dat warmtekrachtkoppeling, een andere technologie met veel potentieel, een betere ondersteuning krijgt zodat ze verder kan doorbreken.”

Hoe werkt het systeem?
In Vlaanderen wordt de productie van groene stroom ondersteund met groenestroomcertificaten: per megawattuur geproduceerde elektriciteit krijgt de producent een certificaat, dat hij vervolgens kan verkopen aan de leveranciers. Die zijn verplicht om jaarlijks een bepaald percentage van hun verkochte stroom te dekken met groenestroomcertificaten. Wie de doelstelling niet haalt, betaalt een boete. In principe bepaalt het spel van vraag en aanbod in combinatie met de boeteprijs de uiteindelijke prijs van het certificaat, en dus de hoogte van de steun.

Voor sommige technologieën, zoals zonnepanelen, geldt er een decretaal vastgelegde minimumsteun. Als die hoger ligt dan de marktprijs, zijn de netbeheerders verplicht de bewuste certificaten aan die prijs op te kopen en verder te verkopen op de markt. De netbeheerders en de leveranciers rekenen hun netto kost door in de elektriciteitsprijs. Dat is perfect te verantwoorden, want de groei van groene stroom maakt ons met zijn allen minder afhankelijk van schaarser en duurder wordende fossiele energiebronnen. Ook voor onze economie zijn deze sectoren belangrijk: ze zorgen voor jobs en innovatie.

Maar het is wel essentieel dat de hoogte van de steun afgestemd blijft op de realiteit. Technologieën die ingeburgerd raken, worden goedkoper en hebben dus geleidelijk minder steun nodig. Omgekeerd dienen zich nieuwe systemen van energieopwekking aan die nog een duwtje in de rug nodig hebben om echt door te breken. Die evolutie heeft voor een aantal situaties gezorgd waarin grote productie-installaties onverantwoorde winsten maken op de kap van de modale verbruiker.
Daarom heeft minister van Energie Freya Van den Bossche voor het eerst in vier jaar een studie laten uitvoeren naar de reële kostprijs van de diverse productiesystemen van hernieuwbare energie. Op basis daarvan heeft de Vlaamse regering nu beslist om de minimumsteun voor enkele technologieën aan te passen. De achterliggende logica is steeds dat de steun hoog genoeg moet blijven om investeringen aantrekkelijk te houden, maar anderzijds ook niet te hoog mag zijn om oversubsidiëring te vermijden.

Wat verandert er?
Voor alle duidelijkheid: de aanpassingen zijn alleen van toepassing op nieuwe installaties. Voor bestaande productie-eenheden of zonnepanelen die al in gebruik zijn genomen, verandert deze beslissing niets.

• Voor nieuwe zonnepanelen gaat het steunbedrag sneller omlaag dan voorzien. Er worden twee categorieën ingevoerd. Voor de hele grote zonnepanelenparken met een capaciteit van meer dan één megawatt,  vermindert de minimumsteun geleidelijk tot 90 euro, met tussenstappen van 240, 150 en 125 euro. 
Ook voor de installaties kleiner dan één megawatt –degene die gezinnen en kmo’s plaatsen- daalt de steun, maar die daling zal minder drastisch en veel geleidelijker verlopen. De geplande evolutie ziet er als volgt uit:

Tabel 1. Evolutie minimumsteun zonnepanelen (€/GSC)
 

 

   Huidige minimumsteun  Nieuwe minimumsteun
     < 250 kWp  > 250 kWp
01.01.2010   350      
01.01.2011  330 (20 j)   330 (20 j)  330
01.04.2011  330   330   330
01.07.2011  330   300   240
01.10.2011  330   270   150
01.01.2012  310   250   90
01.04.2012  310   230   90
01.07.2012  310   210   90
01.01.2013  290 (15 j)  190 (15 j)  90
01.01.2014  250   150   90
01.01.2015  210   110   90
01.01.2016  170   90   90
01.01.2017  130   90   90
01.01.2018  90   90   90
       

 


Zoals uit de tabel blijkt, gaat de eerste aanpassing in vergelijking met de huidige minimumsteun pas in op 1 april 2011, zodat er een overgangsperiode voorzien is voor wie investeringen gepland heeft.

In termen van terugverdientijd, betekent de aanpassing dat een gezin dat zonnepanelen installeert, zijn investering nu in 8 à 10 jaar zal terugverdienen, maar wel gedurende twintig jaar certificaten blijft ontvangen. In de bestaande steunregeling bedroeg de terugverdientijd 5 à 6 jaar. 

• Aan de steun voor windenergie en biomassa verandert er niets. De minimumsteun voor de certificaten van die energiebronnen bedraagt momenteel 90 euro per megawatt. In realiteit krijgen ze de marktprijs van ongeveer 107 euro. Dat blijkt nog altijd een billijk bedrag.

• De steun voor steenkoolcentrales die worden omgebouwd om volledig op biomassa te draaien, gaat naar beneden. Voortaan krijgen die centrales maar 70 procent meer van de certificaten waarop ze tot nog toe recht hebben.

• Vergistingsinstallaties die stroom produceren op basis van compost of mest, krijgen dan weer een iets hogere minimumsteun. Nu ligt dat bedrag op 90 euro, voortaan wordt het 100 euro.